Ouders, we kiezen allemaal de religie van onze kinderen

Er wordt wel eens door ouders gezegd dat hun kinderen zelf hun religie mogen kiezen als ze daar oud genoeg voor zijn. De realiteit is echter dat ouders altijd de religie van hun kinderen kiezen, zonder uitzondering. Het is alleen dat, in veel gevallen, we het niet als zodanig herkennen.

Een ouder zijn heeft veel weg van priesterschap. Het maakt niet uit of je Joods, Christen of a-religieus bent. Ongeacht het geloof dat ze aanhangen, of het gebrek eraan, spenderen alle ouders ongeveer achttien jaar aan het geven van een bijzonder invloedrijke eredienst in het leven van hun kinderen.

Ouderschap zou je eigenlijk de liturgie van het opvoeden kunnen noemen. Het woord liturgie wordt in onze kerken niet veel meer gebruikt, maar een liturgie is het geheel van voorgeschreven gebeden, ceremoniën en handelingen die een eredienst uitmaken. Het is als het ware het zichtbare en tastbare deel van een geestelijke overtuiging.

Door tienduizenden gewone dagelijkse interacties, sturen vaders en moeders de jonge harten van hun kinderen naar dat wat filosoof James K.A. Smith ‘het goede leven’ noemt. Ouders laten hun kinderen zien wat ze lief moeten hebben, wat ze moeten verlangen en wat er toe doet. Dit gebeurt gewoonlijk onbewust. Door voorbeelden, gewoontes en door te spreken zeggen ouders tegen hun kinderen: “Dit is het goede leven, het vervulde leven. Een leven dat het waard is om geleefd te worden.”

In andere woorden, ouders leren hun kinderen wie of wat lief te hebben, wie of wat te vertrouwen, wie of wat ze zal vervullen in het leven.

Die ‘wie’ of ‘wat’ is hun G/god.

De vraag is niet: Is het goed om de religie van je kind te kiezen?

De vraag moet zijn: Welke religie kies je voor je kind?

Die religie kan van alles zijn. Het kan een traditioneel geloof zijn, misschien wel een nihilistisch wereldbeeld, een politieke ideologie of misschien kunstmatige religies zoals ‘meer en beter’ of ‘be different’.

Kunstmatige religies

In de religie van ‘meer en beter’ zijn de sacramenten diploma’s, promoties, acquisities, alles dat maar helpt om een stap te maken naar (wat wordt bestempeld als) het goede leven. Als ik toegelaten wordt op deze universiteit, dan ben ik gelukkig. Als ik deze hoeveelheid geld verdien zal ik ertoe doen. Als ik deze persoon trouw, dan kan ik tevreden zijn. Als ik dat huis koop, dan zien mensen me staan. Als ik deze spullen heb, dan ben ik compleet.

Zodra ik ‘meer en beter’ in mijn leven heb, dan geeft dat zin aan mijn bestaan. Ik zal wederopstaan uit een leven van saaiheid en ontevredenheid. Dan zal ik ertoe doen, dan zal ik iemand zijn. Dat is waar mijn hart naar verlangt en daar jaag ik naar.

Dat is taal die we normaal koppelen aan religie, we willen het alleen niet zo noemen.

Misschien is het de religie van ‘be different’. Wat er in deze religie toe doet is dat je nieuwe dingen zegt, nieuwe zaken gelooft, religieuze barrières slecht, overtuigingen herziet, voorbij gaat aan de dode leer van dode mensen uitgedrukt in dode rituelen. In ‘be different’ worden de versies constant geüpdate zodat je je telkens moet aanpassen. Dat wat gisteren hip was is vandaag saai. Nieuw is beter! Als iets gezegd wordt op een manier dat nog nooit door iemand is gezegd, is het waarschijnlijk waar.

Het goede leven van ‘be different’ kan je vinden in ánders zijn, speciaal zijn, uniek. Steeds nieuwe fans en volgers vinden die mij bevestigen in mijn bestaan.

Welke religie, ideologie of cocktail daarvan ouders ook aanhangen, we leren allemaal onze kinderen dat ze vertrouwen moeten hebben, vervuld zullen worden, een doel zullen vinden in iets of iemand. We zetten de punt van hun kompas in de richting van bepaalde behoeften en levensstijl. Wij, als priester-ouders, voeren de liturgie van het opvoeden uit.

Het goede leven in Christus

Dus, laten we allereerst stoppen met net doen alsof we onze kinderen kunnen laten opgroeien zodat ze later zélf, zonder ballast, hun religie of levensovertuiging kunnen kiezen. Ouders maken die keuze altijd voor hun kinderen, of ze nu willen of niet, zonder uitzondering. Het is gewoon dat we het in veel gevallen anders noemen. Toch komt het op hetzelfde neer: het is het uitzicht op het goede leven, het object van ons verlangen, datgene dat ons bestaan rechtvaardigt. 

Laten we daarnaast, als christelijke ouders, bewustzijn in onszelf creëren over hoe wij, als priester-ouders, deze dagelijkse vormende, sturende liturgie vormgeven in onze gezinnen. Als we onze kinderen meenemen naar de kerk op zondag, maar de volgende 6 ½ dag doorbrengen aan het altaar van het materialisme en onze kinderen inprenten met de catechismus van ‘meer en beter’, hoef je geen profeet te zijn om te voorspellen wat hun idee van het goede leven zal zijn.

“Neem je kruis op en volg Mij” wordt in de levens van je kinderen dan al gauw vervangen door “Neem je verlangens en jaag ze na”.

Ik besef dat we hierin vaak genoeg falen. Mij lukt het in ieder geval niet altijd. Maar zelfs in ons falen is de mogelijkheid om te leren en door te geven. Kinderen leren het meest over nederigheid en vergeving op het moment dat ouders zelf eerlijk aangeven dat ze er naast zaten, dat ook zij vergeving nodig hebben en dat ook zij alleen uit genade kunnen leven. Ze zien in onze huizen dan een liturgie die het goede leven definieert als vergeving en leven uit genade. Dan worden de rollen op den duur misschien omgedraaid en wordt het kind dan de priester, vergeving schenkend aan vaders en moeders, zoals mijn eigen kinderen mij ook vaak vergeven hebben.

Elke opvoedingsdaad is een religieuze daad. Elke beslissing die we maken vormt een klein stukje van de liturgie die we achttien jaar lang uitvoeren om de behoeften, het vertrouwen en een beeld van wat Het Goede Leven is op te bouwen. Laten we onze kinderen leiden naar Hem die zelf het Leven ís.

De zondagmorgendienst is belangrijk, maar de liturgie die ons leven en dat van onze kinderen vormt eindigt niet zodra we de deuren van de kerk uit lopen. Dan begint die pas echt.

Een vertaling en bewerking van een artikel van Chad Bird

 

Reacties