Eli, Eli, lema sabachtani?

Een van de meest aangrijpende momenten in het Nieuwe Testament is Jezus' roep aan het kruis: "Eli, Eli, lema sabachtani?" (Mattheüs 27:46), wat betekent: "Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?" Deze woorden zijn vaak verkeerd begrepen als een soort mysterie dat Jezus daadwerkelijk door God werd verlaten aan het kruis. Echter, wanneer we dit moment beschouwen in het licht van de Joodse Schrift en met name Psalm 22, wordt een dieper begrip mogelijk. Laten we de betekenis van Jezus' uitspraak in Mattheüs 27:45-49 onderzoeken door Psalm 22 te analyseren en de rabbijnse technieken die Jezus toepaste, te begrijpen.

De context van Psalm 22

Psalm 22 begint met de woorden: "Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?" Deze psalm, geschreven door koning David, beschrijft aanvankelijk een intense ervaring van lijden en lijkt te spreken over verlatenheid door God. Toch, als we verder lezen, zien we dat de psalm zich ontwikkelt van een klaagzang naar een krachtige uiting van vertrouwen in Gods redding en uiteindelijke triomf.

In vers 24 lezen we: "Want Hij heeft niet veracht noch verafschuwd de ellende van de ellendige, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen; maar toen hij tot Hem riep, hoorde Hij."

 De rabbijnse techniek van "parels rijgen"

Jezus gebruikt een techniek die bekend staat als "Parels rijgen" (Hebreeuws: remez). Deze methode was gebruikelijk onder rabbi's en hield in dat men een deel van een Schriftgedeelte aanhaalde, terwijl men verwachtte dat de toehoorders de rest van de tekst uit hun hoofd aanvulden. Jezus gebruikte deze techniek vaker, bijvoorbeeld in Mattheüs 21:16, waar Hij een deel van Psalm 8:3 citeert: "Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt U voor Uzelf lof tot stand gebracht."

De Schriftgeleerden en Farizeeën, die bekend waren met de Schrift, zouden onmiddellijk het tweede deel van dit vers hebben aangevuld: "U hebt een vesting gemaakt tegen Uw tegenstanders, om vijand en wraakgierige te laten zwijgen." Dit maakt duidelijk dat Jezus hen subtiel terechtwijst door hen te herinneren aan het oordeel dat hun dreigt.

Jezus aan het kruis: Een roep om hulp

Met deze kennis van "Parels rijgen" moeten we de rest van Psalm 22 lezen om te begrijpen wat Jezus bedoelde. In plaats van een roep van verlatenheid, is het een wanhopige roep om hulp. Jezus roept tot God in een moment van diep lijden, maar doet dit met de wetenschap dat God Zijn gebed zal verhoren. Zoals Psalm 22:24 ons verzekert, heeft God niet Zijn aangezicht verborgen voor de ellendige, maar heeft Hij gehoord toen er tot Hem werd geroepen. Dit zou drie dagen later worden bevestigd in de opstanding.

De reacties van de omstanders

Mattheüs 27:49 zegt: "De anderen zeiden: ‘Laten we nu maar eens zien of Elia Hem komt redden.’" Dit is bijna een letterlijke vervulling van Psalm 22:9, wat laat zien dat de omstanders deze psalm kenden en hem toepasten op de situatie. Ze interpreteerden Jezus' roep als een vraag om hulp, en Elia was de aangewezen persoon om deze hulp te komen bieden.

In Mattheüs 27:47 lezen we ook dat sommigen van de omstanders Jezus’ roep verkeerd interpreteren: "Sommigen van hen die daar stonden, hoorden dat en zeiden: ‘Hij roept Elia.’"

Hoe konden ze denken dat Jezus om Elia riep? Dit komt voort uit een combinatie van factoren:

·        Fonetische gelijkenis: Het Aramese woord "Eli" (mijn God) lijkt qua geluid op "Elia". In de drukte en chaos rond het kruis kan deze gelijkenis hebben geleid tot verwarring onder de omstanders.

·        Gelijke betekenis: De verwarring bij de omstanders is niet alleen gebaseerd op de klank, maar ook op de betekenis. De naam "Eli" betekent "mijn God" en is ook onderdeel van de naam "Elia," die "Jahweh is mijn God" betekent. Dus als iemand Elia zou willen aanroepen, zou hij inderdaad "Eli" kunnen zeggen, wat zowel "mijn God" betekent als een verkorte vorm van de naam "Elia." Hierdoor konden de omstanders, die Jezus hoorden roepen, aannemen dat Hij Elia aanriep, terwijl Hij in feite "Mijn God" zei. Dit maakt de verwarring begrijpelijk en toont aan hoe nauw de klanken en betekenissen van de woorden verweven zijn in zowel het Hebreeuws als het Aramees.

·        Culturele verwachtingen: In de tijd van Jezus leefde het idee dat Elia, de profeet die volgens de Schrift niet was gestorven maar naar de hemel was opgevaren (2 Koningen 2:11), zou terugkeren om de komst van de Messias aan te kondigen en het volk Israël te redden (zie Maleachi 4:5-6). De mensen verwachtten dat Elia zou verschijnen in tijden van nood, en ze dachten dat Jezus Elia om hulp riep.

Mattheüs 27:48 vermeldt dat "Meteen kwam er uit hun midden iemand toegesneld die een spons pakte en in water met azijn doopte. Hij stak de spons op een stok en probeerde Hem te laten drinken." Dit vervult Psalm 22:16, waar staat: "Mijn kracht is droog als een potscherf, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte." Het feit dat iemand reageerde door Jezus te laten drinken, toont aan dat zij de associatie met Psalm 22 begrepen.

Jezus quote in nood een psalm

Voor ons moderne mensen is het onvoorstelbaar dat iemand in zijn doodsnood Bijbelverzen gaat citeren. Toch is dit niet zo verwonderlijk gezien de cultuur waarin Jezus leefde. Een cultuur die doordrenkt was met de woorden van de schrift. Het is ook niet de enige gelegenheid waarin Jezus dit doet. In Getsemané vinden we eenzelfde situatie, waar Jezus in zijn nood uitroept “Mijn ziel is zeer bedroefd, tot de dood toe” (Mattheus 26:38). Dit komt uit Psalm 42. Daarin is niet alleen wanhoop te vinden, maar ook hoop: “Hoop op God, want ik zal Hem weer loven; Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God.” 

Het laat zien dat de Psalmen meer zijn dan mooie woorden, ze mogen ‘geleefd’ worden. Ze kunnen uitdrukking geven aan meerdere emoties tegelijk, iets wat in onze taal onmogelijk zou zijn in één uitroep.

De Evangeliën in vergelijking

Het is interessant dat Mattheüs en Marcus deze gebeurtenis beschrijven, maar Lucas als niet-Joodse schrijver doet dit niet. Lucas beschrijft alleen het spotten en het aanbieden van zure wijn. Johannes daarentegen vermeldt expliciet dat Jezus zei: "Ik heb dorst" (Johannes 19:28). Het is mogelijk dat Johannes hier zijn eigen interpretatie geeft van Jezus' uitroep uit Psalm 22, terwijl Lucas als heiden de diepere Joodse betekenis niet herkende en zich richtte op de zichtbare reacties van de omstanders.

Dit verschil in benadering tussen de evangelisten benadrukt dat de evangeliën getuigenverslagen zijn, elk met hun eigen perspectief en doel.

Conclusie

Jezus' uitspraak aan het kruis, "Eli, Eli, lema sabachtani?", moet niet gezien worden als een moment van wanhoop, maar als een krachtig beroep op Psalm 22. Door slechts de eerste regel te citeren, nodigt Jezus zijn toehoorders uit om de hele psalm in gedachten te brengen, een psalm die begint met lijden maar eindigt in overwinning en vertrouwen op God. De omstanders rond het kruis begrepen dit, zoals blijkt uit hun reacties, hoewel hun interpretaties uiteenliepen. Uiteindelijk wijst dit alles naar de vervulling van de Schrift en de diepe betekenis van Jezus' lijden en zijn uiteindelijke overwinning door de opstanding.

Reacties